0
Items : 0
Subtotal : 0.00
View Cart Check Out
Welkom bij Corso Vollenhove

Nameless, 2008

Op een mooie dag maakt Hans een wandeling om te genieten van de bloemen die
volop in de bloei staan. Vlinders en libellen zoemen vrolijk door de lucht en de
vogels fluiten de mooiste liedjes. Plotseling ziet hij in de verte een oude man
naderen. Hans vraagt nieuwsgierig: ‘Wie ben jij?’
‘Pancratius ziet men hier staan, een lange weg ben ik gegaan.
Een suizewindje heb ik bij me hier, dat blaast en ’t doet mij veel plezier’
Hans voelt een frisse wind langs zijn benen waaien en houdt zijn hand voor zijn ogen tegen de striemende kou. Als Hans weer kijkt ziet hij een tweede man met een grote zak op zijn rug staan. ‘En wie ben jij?’ wil Hans weten.
‘Servatius ziet men hier staan, een lange weg ben ik gegaan.
Een zak heb ik vol sneeuw en ijs, nu wordt het weer koud en grijs.’
Het wordt nu zo fris dat Hans zijn jas aandoet en zo hoog mogelijk
dicht ritst. Tot zijn schrik ziet hij nog een man aankomen. Ondanks dat Hans
bang is voor het antwoord vraagt hij toch: ‘Wie ben jij?’
‘Bonifatius ziet men hier staan, een lange weg ben ik gegaan.
Het voorjaar willen wij verdrijven, koude zal hier voortaan blijven!’
Hans schrikt van het antwoord.. Wat willen die nare mannen eigenlijk? Zo snel hij kan rent hij terug naar het dorp om de hulp van zijn vrienden in te schakelen. ‘We moeten de ijsmannen verjagen.’ roept Hans. ‘Kom helpen en zeg me na.’ ‘Lente, lente, wees niet bang, kom, toon je gezicht en ga je gang.
Strooi bloemen op al onze wegen, en houd de koude tegen.
Breng ons weer warmte en breng ons weer nieuw fluitenkruid.
Dat is voor ons het echte lente geluid.’
De drie ijsheiligen horen de vrolijke kinderstemmen en vinden het helemaal niet meer leuk. Ze trekken weg en worden nooit meer gezien. De zon komt weer te voorschijn en droogt de bloemen met haar warme stralen. De vogels schudden de druppels van hun verenkleed en zingen weer de mooiste liedjes…


Titel wagen: IJsheiligen